19/8: Herhaalspelletjes vindt Jasper het leukst. Als hij drinkt moet er natuurlijk geklonken worden: “Ting” (=tsjing – proost op z’n Vlaams). Nadat Jasper al een paar keer met Geert “Ting”heeft gedaan moet natuurlijk “mama ook!”. Op mijn “die zag ik al aankomen...” antwoordt Jasper “Níet aankomen!”
8/9: Jasper prikt Geert met zijn vork. Geert: “Jasper mag papa niet prikken”. Jasper moet wat lachen dus Geert vraagt: “Wát mag Jasper niet?”, waarop Jasper antwoordt: “Niet papa prikken…prik, prik, papa huilen…”
Bij het treintje spelen moet de trein onder een poortje door. Jasper vertelt “die onderdóórheen”. Bij het opruimen blijkt dat het niet om de handeling, maar om het poortje gaat: “onderdóórheen ook opruimen?”
24/11. Jasper zit sinds zijn verjaardag in de groep 2-4 jarigen, dus bij de gróte kindjes. Jasper: “Jasper grote kindje, mama grote kindje, papa grote kindje….”. Wilma: “Papa is een mán”. Jasper: “Man..darijntje?? … Papa Geert!!”
2/12. Wilma: “moet je niezen?” . Jasper: “Nee, één nies! Gróte nies.”
16/12. “Dag boven!” (bij het naar beneden lopen)
17/12. We hebben een zeil op tafel liggen (erg handig!) met getekende dieren erop. Om te voorkomen dat de jam zal vallen, zeg ik: “zet de jam maar op het paard” (=een plaatje boven zijn bord, dus ver genoeg van de rand). Jasper antwoordt vlot: “nee, op het broodje!”